Kleine kralen, grote kralen

Mijn leven lang heb ik iets met kralen. Kleine kralen, om precies te zijn.

Hoe is het zo gekomen?

Geen idee!
In mijn tienertijd maakte ik enkelbandjes die ik steevast aan het begin van de zomer om mijn enkels knoopte en die bleven zitten tot ik ze, meestal per ongeluk, kapot maakte als ik mijn spijkerbroek uittrok.

Denk maar niet dat je met kleine kraaltjes alleen kunt rijgen.

Er ging een wereld voor me open toen ik een paar jaar geleden mijn kleine-kraaltjes-fascinatie nieuw leven inblies. Borduren, breien, haken, weven. Noem maar op, het kan allemaal. In eerste instantie werd ik gegrepen door de beaded bead. Met kleine kraaltjes een grote kraal aankleden. Met naald en draad doe je dat.

 

Die beaded beads verwerk ik dan weer in een sieraad. Soms kom ik op straat een van mijn maaksels tegen.

Waar vind je de patronen en informatie over de technieken?

En er zijn heel veel blogs van vrouwen waar ik veel van opsteek en die patronen met je delen. Op Youtube is natuurlijk ook een schat aan informatie te vinden. Nadeel van de filmpjes vind ik dat sommige tutorialmakers ontzettende kletsmajoors zijn. 😉 Voordeel is dat je je Russisch weer eens op kunt halen. 😀
Ter illustratie onderstaande tutorial. Pas op 5.35 minuten komen de naald, draad en rocailles te voorschijn. Rocailles, prachtig woord is het toch.

Zo leuk als je op straat een lief iemand tegenkomt die je maaksel gebruikt.

 

Eten met een lepel en geluierd worden

Vijf ben ik op deze foto, vijfeneenhalf. Ik lig, vooruit: zit; in het ziekenhuis en kort ervoor ben ik bevrijd uit het gipsen corset dat me tweeëneenhalve maand aan bed gekluisterd hield.

De dag na Sinterklaas was de telefoon gegaan. Het ziekenhuis. Er was plotseling ruimte gekomen in het operatieschema. De heupoperatie die ik dringend nodig had, kon opeens maanden eerder dan gepland plaatsvinden. Ik kon de volgende dag worden opgenomen.

We kochten nachthemden, pantoffels en een duster en reden direct door naar Ziekenzorg in Enschede. Er werden formulieren ingevuld, mijn moeder kleedde me uit, deed me een van de nachthemden aan en ik moest in bed.  Ik zwaaide naar haar, zij zwaaide naar mij en ze was weg.

De zuster haalde me meteen weer uit bed en ik moest in bad. Er gebeurden rare dingen in die tijd, dat zeg ik je. De volgende dag bijvoorbeeld.

Dat het nog hartstikke donker was toen we wakker gemaakt werden was nog niet zo gek. Maar dat iedereen een boterham kreeg en ik niet, wel. Ik kreeg een jasje aan met knoopjes aan de achterkant en een houten bordje om mijn nek. Nuchter houden, stond erop.

Niet lang daarna reden ze me met bed en al het hele ziekenhuis door. De schoenen van de zusters zogen zich vast aan de vloer maar het zware ziekenhuisbed zorgde ervoor dat ze niet vastgeplakt bleven. Toen kwam ik in een kamer waar het heel druk was en heel licht.

Ik heb pijn, maar durf er niets van te zeggen want dan komen ze met een zetpil. Ik kan me niet bewegen vanwege iets hards om mijn buik en rug, mijn linkerbeen zit ook in iets hards. Waarom mijn vader en, vooral, mijn moeder niet zijn geweest maakt me heel verdrietig* en het allervreemdst is nog wel dat ik een luier aan heb. Een luier! Ik! Vijf jaar!

Maandenlang leef ik van maaltijd naar maaltijd. Weer een dag voorbij gegeten. Mijn moeder gaf me na het avondbezoekuur een snoepje, wat verboden was. Heel misschien kregen we op zondag een koekje bij de thee.
Ze lieten me een grapefruit eten. Ik lustte het niet, ook niet met de halve suikerpot erover.
Mijn eten werd geprakt en ik moest het met een lepel opeten. Een lepel!

Tegen twee dingen heb ik me in die periode met succes verzet. Tegen die luier en tegen die lepel. Maar met mijn verhouding met eten is het nooit meer echt goed gekomen?

wordt misschien vervolgd, maar waarschijnlijk niet want ik heb geen zin meer om nog langer bij stil te staan.

 

 

*Ze waren wel geweest hoor, maar de narcose deed rare dingen met mijn geheugen.

Vegan. Ik wel!

Misschien sta ik inmiddels bekend als ‘Dochter M.’ die net veganistisch was geworden ten tijde van de vorige blogpost.

Hierbij stel ik mezelf nog wat uitgebreider voor: Ik ben M., de oudste dochter van Marjan. Inderdaad veganist, maar ook meer dan alleen dat. Ik studeer Taalwetenschap en ik woon sinds zo’n anderhalf jaar alleen in Amsterdam. Zoals al te zien is aan mijn studiekeuze ben ik net als mijn moeder geïnteresseerd in Taal. Iets minder in Kraal, maar wel in hand- en priegelwerk in het algemeen.

De reden dat ik me hier voorstel is dat ik hoop vanaf nu vaker deel uit te maken van deze blog, samen met Marjan. We houden allebei van Taal, van Kraal, van schrijven en van vegan eten.

Want ja: dat veganistische eten speelt nou eenmaal een grote rol in mijn leven. En inmiddels ook in dat van Marjan. Steeds vaker en steeds meer raakt zij er ook in geïnteresseerd en komt ze zelf met de meest geweldige ideeën en recepten.

Deze recepten, maar ook mijn recepten, dingen die we meemaken, zaken die ons opvallen en andere leuke of interessante verhalen zullen we gaan delen op deze blog.

Dus: tot snel!

Vegan. Ik toch niet?!

Dochter M. stopte eerst met het eten van vlees en vervolgens met het eten van dierlijke producten. Kortom, ze werd veganist.

Moet dat nou, dacht ik eerst. Maar ja, je laat een kind los of je laat het los. Zo is het toch? Ik dacht ook: wat maak ik voor haar klaar? En voor haar vriend E. trouwens, maar die is tenminste nog gewoon vegetariër. Ben ik ook een poosje geweest, toen ik jong was.

Afijn, er gebeurden geen rampen. Ja, één keer, bijna. Ik voegde op het allerlaatst BIJNA een restje zure room bij een soep. Niet helemaal dus, pfew. Typisch een actie voor iemand die regelmatig de sleutels in de voordeur laat zitten, of in het winkelwagentje. :O

Tot gisteren was er weinig aan de hand. M. bleef veganist, ik zei er weinig tot niets van, maakte af en toe tofu en draaide gehaktballen voor manlief. En wat doet M.? Ze stuurt me een recept voor vegan rijstkaas!

En wat doe ik? Ik verdwaal op de site van Martine – vegetus.nl – en ik denk, goh, lijkt me best lekker – en – eigenlijk niet eens zo moeilijk.

Het zal toch niet!

De blog

Ze* komt maar niet van de grond, die blog van mij.
Hoe komt dat, hoe kan dat?

Misschien omdat ik zo mijn best doe om mezelf te verstoppen. Dat wil zeggen, bepaalde kanten van mezelf, de kant waarmee je niet gezien wilt worden. De kwetsbare kant.

Intussen peins ik me suf waarover ik nou eens kan schrijven. En ik bedenk maar niets omdat ik aan de achterkant zo mijn best moet doen om overeind te blijven. Om niet ten onder te gaan aan pijn en pessimisme.

Wat is er dan?

Mijn gevecht tegen chronische pijn. Ik wil zo graag dat iedereen mij ziet als de vrolijke, sterke, vriendelijke Marjan terwijl er ook een boze, wanhopige, doodmoeie Marjan is. Die laatste heeft geen puf om alle mooie plannen die ze heeft uit te voeren. Ze voert haar strijd in het geniep, doet de pijn af als aanstellerij en zwijgt. Nou weet je het.

En nu publiceren kreng!

😀 Ja, vast.

 

 

*Ja, ze. De krant is een meneer, de blog is een mevrouw. Vind ik.

Taal en Kraal op marktplaats

tenk-op-marktplaats

Een webshop openen heeft nogal wat voeten in aarde. Ik volg de berichten van Armande Borghardt over dat onderwerp met meer dan gemiddelde belangstelling op armande.net en heb besloten: nog even niet. Maar natuurlijk moet ik zo langzamerhand wel wat producten kwijt voordat wij straks bedolven worden onder de sleutelhangers en boekenleggers.

Marktplaats biedt uitkomst. Ik merk nog wel enige schroom maar binnenkort zal ik de kat de bel aan de staart hangen.

Taal en Kraal en Kapsalon Esther

Zo spannend om aan de eerste opdracht voor de kraalkant te werken.

Esther Bakker, van Kapsalon Esther in Almere Haven, heeft een tijdje terug haar zaak een make over gegeven. Samen met Piep Uniek richtte ze de ruimte helemaal opnieuw in. Ze wilde ook eens wat anders dan shampoo en haarlak verkopen dus vroeg ze mij om wat ideeën.

Dit is het geworden, sleutelhangers met een beaded bead en armbandjes van kleine facetkralen van glas gecombineerd met metalen en houten kralen.