Eten met een lepel en geluierd worden

Vijf ben ik op deze foto, vijfeneenhalf. Ik lig, vooruit: zit; in het ziekenhuis en kort ervoor ben ik bevrijd uit het gipsen corset dat me tweeëneenhalve maand aan bed gekluisterd hield.

De dag na Sinterklaas was de telefoon gegaan. Het ziekenhuis. Er was plotseling ruimte gekomen in het operatieschema. De heupoperatie die ik dringend nodig had, kon opeens maanden eerder dan gepland plaatsvinden. Ik kon de volgende dag worden opgenomen.

We kochten nachthemden, pantoffels en een duster en reden direct door naar Ziekenzorg in Enschede. Er werden formulieren ingevuld, mijn moeder kleedde me uit, deed me een van de nachthemden aan en ik moest in bed.  Ik zwaaide naar haar, zij zwaaide naar mij en ze was weg.

De zuster haalde me meteen weer uit bed en ik moest in bad. Er gebeurden rare dingen in die tijd, dat zeg ik je. De volgende dag bijvoorbeeld.

Dat het nog hartstikke donker was toen we wakker gemaakt werden was nog niet zo gek. Maar dat iedereen een boterham kreeg en ik niet, wel. Ik kreeg een jasje aan met knoopjes aan de achterkant en een houten bordje om mijn nek. Nuchter houden, stond erop.

Niet lang daarna reden ze me met bed en al het hele ziekenhuis door. De schoenen van de zusters zogen zich vast aan de vloer maar het zware ziekenhuisbed zorgde ervoor dat ze niet vastgeplakt bleven. Toen kwam ik in een kamer waar het heel druk was en heel licht.

Ik heb pijn, maar durf er niets van te zeggen want dan komen ze met een zetpil. Ik kan me niet bewegen vanwege iets hards om mijn buik en rug, mijn linkerbeen zit ook in iets hards. Waarom mijn vader en, vooral, mijn moeder niet zijn geweest maakt me heel verdrietig* en het allervreemdst is nog wel dat ik een luier aan heb. Een luier! Ik! Vijf jaar!

Maandenlang leef ik van maaltijd naar maaltijd. Weer een dag voorbij gegeten. Mijn moeder gaf me na het avondbezoekuur een snoepje, wat verboden was. Heel misschien kregen we op zondag een koekje bij de thee.
Ze lieten me een grapefruit eten. Ik lustte het niet, ook niet met de halve suikerpot erover.
Mijn eten werd geprakt en ik moest het met een lepel opeten. Een lepel!

Tegen twee dingen heb ik me in die periode met succes verzet. Tegen die luier en tegen die lepel. Maar met mijn verhouding met eten is het nooit meer echt goed gekomen?

wordt misschien vervolgd, maar waarschijnlijk niet want ik heb geen zin meer om nog langer bij stil te staan.

 

 

*Ze waren wel geweest hoor, maar de narcose deed rare dingen met mijn geheugen.

Vegan. Ik toch niet?!

Dochter M. stopte eerst met het eten van vlees en vervolgens met het eten van dierlijke producten. Kortom, ze werd veganist.

Moet dat nou, dacht ik eerst. Maar ja, je laat een kind los of je laat het los. Zo is het toch? Ik dacht ook: wat maak ik voor haar klaar? En voor haar vriend E. trouwens, maar die is tenminste nog gewoon vegetariër. Ben ik ook een poosje geweest, toen ik jong was.

Afijn, er gebeurden geen rampen. Ja, één keer, bijna. Ik voegde op het allerlaatst BIJNA een restje zure room bij een soep. Niet helemaal dus, pfew. Typisch een actie voor iemand die regelmatig de sleutels in de voordeur laat zitten, of in het winkelwagentje. :O

Tot gisteren was er weinig aan de hand. M. bleef veganist, ik zei er weinig tot niets van, maakte af en toe tofu en draaide gehaktballen voor manlief. En wat doet M.? Ze stuurt me een recept voor vegan rijstkaas!

En wat doe ik? Ik verdwaal op de site van Martine – vegetus.nl – en ik denk, goh, lijkt me best lekker – en – eigenlijk niet eens zo moeilijk.

Het zal toch niet!